Het Iberische hart

Het Iberische hart

press to zoom
press to zoom
press to zoom
press to zoom
press to zoom
press to zoom
press to zoom
press to zoom
press to zoom
1/1

Het hart van het Iberisch schiereiland wordt gevormd door een uitgestrekt plateau, de meseta. Deze eindeloze steppen zijn grotendeels in cultuur gebracht ten behoeve van olijven – , graan- en wijnteelt. De hoogvlakte wordt begrensd door een aantal bergketens, zoals in het zuiden de Montes de Toledo met uitgestrekte mediterrane bossen en in het oosten de Serranía de Cuenca. De belangrijkste rivieren zijn de Duero in het grensgebied met Portugal in het noorden van Castilla y León en de Taag en de Júcar in het zuiden. Zeer diverse landschappen en rijke flora en fauna vindt u tijdens uw rondreis in de natuurparken zoals het Parque Nacional de Monfragüe, een van de 14 nationale parken en biosfeerreservaat met een oppervlakte van 18.118 ha, de Sierra de Gredos met haar hoge, puntige bergen en snelstromende beken en de Sierra de Guadarrama tussen Madrid en Segovia.

Het is niet verwonderlijk dat er in deze regio’s met hun rijke cultuur een veelheid aan monumenten en steden op de lijst van werelderfgoed van Unesco staan, waaronder het Segovia met haar Acuaduct, Avila, Salamanca, Merida met haar Romeinse amfitheater, Toledo, Alcalá de Henares, het Escorial, de Casas Colgadas (hangende huizen) van Cuenca, Aranjuez met haar koninklijke paleis en Cáceres, om maar een paar voorbeelden te noemen. 
Naast de beroemde steden valt er heel veel te ontdekken in deze uitgestrekte regio’s. Het land en de molens van Don Quijote en de indrukwekkende rotsformaties in “La Ciudad Encantada in Castilla La Mancha, Las Medulas in het noorden. Talrijke middeleeuwse dorpjes, soms nog wonderbaarlijk intacte voorbeelden van de Castilliaanse architectuur. En daarnaast juwelen van steden als Trujillo, Merida, Guadalupe, Caceres en Cuenca.

Rond de Duero en haar zijrivieren vestigden zich al heel vroeger de eerste stammen, van wie de geschiedenis verloren is gegaan. De Grieken introduceerden olijven, wijnbouw en munten. Pax Romana bracht beschaving en vooruitgang; bruggen, wegen, thermen en afvoersystemen, aquaducten en nieuwe stedelijke nederzettingen. De Romeinen deden er 200 jaar over om het gehele schiereiland onder hun gezag te brengen en pas na de val van Numantia (Soria) in 133 v.C. lag de weg naar heel Spanje open. In de 5e eeuw drongen de Visigoten Spanje binnen, Toledo werd de hoofdstad van het rijk en de eerste bisschopsstad van Spanje. De Moren hebben vanaf 711 met succes het grootste gedeelte van Spanje veroverd. Abd ar-Rahhman riep zichzelf in 756 uit tot emir van een westelijk islamitisch rijk met Córdoba als hoofdstad. Het was een periode van stabiliteit, welvaart, religieuze tolerantie en een bloeiend cultureel en wetenschappelijk leven. In midden Spanje floreerden Cuenca, Toledo en Chinchilla. Na het terugtreden van de laatste Kalief, Hisjam III, in 1031 viel het kalifaat uiteen en begon de Reconquista (herovering).

Onder Fernando III verenigden Castilla en León zich weer in 1230 en kon deze machtige vorst in versneld tempo oprukken tegen de Moren. In de 13e eeuw resteerde er weinig meer van het Moorse rijk. In Valladolid traden Ferdinand en Isabel in 1469 in het huwelijk, het Katholieke Koningspaar dat zo een cruciale rol heeft gespeeld bij de vorming van Spanje als natie want het bracht Castillië, Aragón, Navarra en Catalonië onder één vorst, In 1492 namen zij Granada in. Daarmee kwam een einde aan de Moorse periode in Spanje. Veel van de vooruitgang en welvaart die in de daarop volgende eeuwen bereikt werd ging weer verloren toen het rijk “waar de zon nooit onder ging” langzaam begon af te brokkelen. Door het gedwongen vertrek van de joden en Moren de emigratie van talloze kolonisten en vele mensenlevens eisende epidemieën was de bevolking in Spanje sterk uitgedund. Het verval wat vooral het binnenland trof, zou drie eeuwen duren.