De Hollandsche Waterlinie

De Hollandsche Waterlinie

press to zoom
press to zoom
press to zoom
press to zoom
press to zoom
press to zoom
press to zoom
press to zoom
press to zoom
1/2

In 2009 wees minister Plasterk de gehele Nieuwe Hollandse Waterlinie aan als rijksmonument. De 46 forten, vijf vestingsteden en honderden bunkers, sluizen, dijken en kazematten werden hiermee niet allemaal apart als rijksmonument aangewezen, maar in een bredere context beschermd en beschreven, in 90 clusters van monumenten. Wat is de geschiedenis en hedendaagse functie van dit grootste, meest illustere rijksmonument van Nederland?

De Oude Hollandse Waterlinie
In de Tachtigjarige Oorlog ontstond in de Republiek het idee om door middel van onderwaterzetting het land tegen de vijand te verdedigen. Deze manier van gebiedsverdediging wordt ook wel inundatie genoemd. In bijvoorbeeld Alkmaar (1573) en in Leiden (1574) bleek water een effectief middel in de strijd tegen de Spaanse vijand. Toen in het Rampjaar 1672 de Franse troepen op het punt stonden om Holland, het centrum van de Republiek, te veroveren, werd in allerijl een waterlinie tussen de Zuiderzee en de Merwede ingericht. Deze liep van Muiden naar Gorinchem. Deze eerste linie was een ingewikkeld netwerk van verschillende inlaatplaatsen, dammetjes, sluizen, dijkjes en aanvoerkanalen. Hiermee kon de grond rond de linie onder water gezet worden. De belangrijke stad Utrecht viel buiten deze linie, omdat de stad toen al door Franse troepen was ingenomen. De waterlinie hield stand en in de opvolgende jaren kreeg de linie een meer permanent karakter. Kwetsbare punten in de verdedigingslinie werden versterkt door forten, batterijen en diverse andere verdedigingswerken. In 1672 volstonden zes vestingen langs de linie nog, dit aantal werd later gestaag uitgebreid. Tot aan de Napoleontische Tijd werd de linie een aantal keer verlegd naar het oosten, zonder echter de stad Utrecht aan de waterlinie toe te voegen.